De zomervakantie zit er alweer op. We waren vroeg dit jaar, regio Zuid. Op zaterdag 6 juli begon de vakantie en die van ons eindigde op 28 juli. Drie weken, waar we er ongeveer twee van zijn weggeweest. Na een paar jaar in de Alpenlanden te hebben vertoefd, ging de reis nu naar Bretagne. Weer eens een nieuw gebied, maar ik was geïnspireerd door de Avondetappe van vorig jaar, toen presentatrice Dione de Graaff in Frankrijks mooiste bloemendorpje, Rochefort-en-terre, was neergestreken. Dat moest en zou ik met eigen ogen zien en zo werd het Bretagne de bestemming van dit jaar.
Het was een goede keuze. Bretagne is een prachtige streek. Het cultuurlandschap met zijn vele graanvelden, de ruige rotskusten, de gezellige dorpjes met de typische bretonse huisjes, de menhirs en last but not least de prachtige bloemen overal: hortensia’s in alle kleuren, rozen, agapantussen, blauwe regen, petunia’s. In het ene dorp nog mooier dan in het andere. Hoveniers moeten hier in het voorjaar hun handen vol aan hebben.
Ondanks dat deze regio niet als weervast bekend staat, hebben we op één dag na fantastisch weer gehad. Een zonnetje met gemiddeld 22 graden, ik ben zowaar bruin geworden (ondanks of misschien juist dankzij het vele smeren met factor 50). We hebben zelfs nog hoeden en petten moeten kopen en af en toe moest een sjaal andere kwetsbare lichaamsdelen beschermen. Die zon was zó warm, daarvoor hoefden we echt niet naar de Franse Rivièra. Ook niet voor de palmbomen trouwens, want daarvan stonden er daar ook genoeg.
Onze reis begon in het noordoosten van Bretagne, in de buurt van Saint Mont Michel en Saint Malo. We zaten in een hotel op een gigantisch resort, met verschillende soorten accommodaties en veel voorzieningen, waar we met uitzondering van de supermarkt en een restaurant (we hadden immers half-pension) geen gebruik van hebben gemaakt. Wel konden we lekker buiten zitten met uitzicht op bloeiende bomen en hortensiastruiken. Na uitstapjes naar het middeleeuwse stadje Dinand, waar ik boven op de oude kerktoren een enorme aanval van hoogtevrees kreeg en er bijna niet meer vanaf durfde, Saint Mont Michel, wel de moeite waard ondanks de drukte, het mooie kustplaatsje Cancale met aquamarijnkleurige zee waar we in een supergezellige crêperie onze eerste bretonse pannenkoek, de galette, aten en de ‘buitenwijken’ van Saint Malo waar we in ons beste Frans in een schattig piepklein bakkertje een sandwich hebben besteld, zijn we op Quatorze Juilliet doorgereden naar het dorpje Vannes in Zuid-Bretagne.
De nationale feestdag viel dit jaar op een zondag en kennelijk was onze Garmin ook in een zondagse stemming, want we hebben op de twee uur durende reis duidelijk de toeristenroute genomen waarbij we oneindig veel dorpjes hebben aangedaan. Ik heb de GPS zelden zoveel horen praten als op die dag. En al die rotondes! In slaap vallen was er op dat moment niet bij; ik moest voortdurend kijken waar hij ons naartoe stuurde. Hoeveel liever had ik niet gewoon op de kaart gereden, waar we gewoon het equivalent van een N-weg hadden kunnen nemen en óók op de goede plaats zouden zijn aangekomen. Maar helaas wordt bij ons in de auto een GPS met elf jaar oude kaarten nog altijd boven een up-to-date, super duidelijke ANWB-routekaart verkozen. Dus zat ik voortdurend naar een paarse lijn op een schermpje te staren.
Afijn, ongeveer op de helft van de route wilden we graag in een bosrijk gebied gaan wandelen, waar volgens de reisgids in een ver verleden koning Arthur nog op reeën had gejaagd, in de buurt van het dorpje Paimpont. Het dorpje was beslist leuk en de galette (een soort vierkante pannenkoek) smaakte er lekker, maar het was ons niet duidelijk waar we precies het bos in konden. Volgens de Office du Tourisme waren er verschillende wandelingen mogelijk en de parkeerplaats bij het bos stond ook zo ongeveer vol, maar er was geen bospad, zoals we dat hier kennen, te bekennen. Wel zaten er genoeg Franse gezinnen onder de bomen in het gras te picknicken, kennelijk een Franse gewoonte, want dat hebben we tijdens de vakantie vaker gezien. Uiteindelijk hebben we besloten het bos maar te laten voor wat het was en door te rijden naar ons hotel in Vannes.
Daar hebben we ons echt verbaasd over de beperkte talenkennis van de Fransen. Oké, op het resort was die ook niet je van het, maar daar werd bij de receptie tenminste nog Engels gesproken en begrepen de meeste obers ’s avonds in het restaurant je wel als je in het Engels bestelde, ook al bleven ze zelf Frans spreken. Dat werkte prima op die manier. Ik heb ook zeker Frans proberen te spreken, voor zover ik het kon; het was een goede oefening voor mij. Maar in Vannes was het een ander verhaal en dat verbaasde me eerlijk gezegd wel een beetje.
We zaten in een Mercure-hotel, een internationale hotelketen die zich normaal gesproken richt op zakenmensen. Dat zag je er ook wel aan af, het was een totaal ander hotel dan in Dol-de-Bretagne, maar we hadden een zomeraanbieding en de ligging was ideaal. Bovendien hadden we vanuit de kamer zicht op (een stukje) van het water in de Golf van Morbihan, dus we mochten niet klagen. Bij het inchecken hadden we nog het geluk dat er naast een jong meisje ook een wat oudere vrouw bij de receptie zat die redelijk Engels kon. Maar toen we er even later achter kwamen dat we vergeten waren te vragen hoe het half-pension precies werkte en we weer bij de receptie stonden, was die vrouw weg en kon het meisje nog net in het Engels zeggen dat ze dat niet wist.
Dus kregen we ’s avonds met een ober te maken die ons in rap Frans de mogelijkheden voor het diner uitlegde en het enige wat ik verstond, was zijn herhaaldelijke d’accord waarna ik braaf knikte en daarmee de (valse) indruk wekte dat ik ook daadwerkelijk begreep wat hij zei! Terwijl ik er geen bal van begreep en daarom toen hij klaar was met zijn hele verhaal toch maar om een Engelse vertaling heb gevraagd, die hij tegen de verwachting in nog kon geven ook. Hij sprak gewoon Engels! Maar kennelijk alleen op verzoek, want de rest van de dagen werden we weer in het Frans aangesproken, maar toen begrepen we het inmiddels en wisten we ons wel te redden. Google Translate naast de menukaart, want ze hadden er ook veel enge vissige dingen en we wilden voorkomen dat er opeens een of andere zeeslak of ander schelpdier geserveerd werd.
Vanuit Vannes was het niet zo ver naar het dorpje Rochefort-en-Terre, waarvoor we eigenlijk naar Bretagne gekomen waren. Ik had het goed gezien op televisie; het was een prachtig dorpje. We hebben ook op het pleintje gestaan waar Dione voor de Avondetappe was neergestreken. Ik wist niet waar ik moest beginnen met foto’s maken. De huisjes, de bloemen, het was heel mooi. ’s Middags zijn we doorgereden naar een park met verschillende aangelegde tropische tuinen waar ze ook parkieten en papegaaiachtigen hadden, waaronder dwergpapegaaien. Er werd ook een show met muziek gehouden met deze vogels waarbij ze vrij rondvlogen en je ze van heel dichtbij kon zien. Tijdens deze show zaten we lekker in het zonnetje en hebben we een flinke kleur opgelopen. Helaas waren hoed en pet op dit moment nog niet aanwezig…
Andere uitstapjes vanuit Vannes waren het strand van Carnac en de enorme menhirvelden. Ook zijn we naar de ruige kust op het schiereiland Quiberon geweest, waar het net lijkt alsof je aan het einde van de wereld bent. Mooi om te zien hoe de zee tegen de rotsen slaat. Een beetje een Ierlandgevoel, ook al ben ik daar nog nooit geweest. Tenslotte zijn we nog naar het kleine kunstenaarsdorpje La Roche-Bernard en het middeleeuwse stadje Guérande geweest. De dag erna vertrokken we in de stromende regen naar ons laatste hotel in Saint-Pol-de-Léon, in het noordwesten van Bretagne.
Alle plannen om onderweg nog wat van de zuidwestkust mee te pikken vielen met de regen in duigen, dus zijn we in één ruk doorgereden. Omdat we toch wel erg vroeg aan zouden komen, hebben we het nabijgelegen stadje Morlaix met zijn enorme spoorwegviaduct bekeken. We wilden daar ook ergens lunchen en toen kwamen we weer in aanraking met de Franse eetgewoontes: veel restaurants, óók crêperies, zijn ’s middags na 14:00 uur dicht! We hadden ons hier al eerder over verbaasd. Wij vinden het heel normaal om midden op de middag iets te eten, zeker als je zoals wij pas om 10:00 uur ontbeten hebt en ’s avonds pas om 20:00 weer wat gaat eten. Dan is lunchen tussen 14:30 en 15:30 helemaal niet zo raar. In Nederland kan dat ook gewoon; vaak is er een kleine kaart waar je iets van kunt bestellen. Maar in Frankrijk zijn veel restaurants na 14:00 uur tot aan het diner dicht of kun je er alleen terecht voor iets te drinken. Zo ook in Morlaix bij de eerste de beste crêperie waar we naar binnen wilden gaan. Gelukkig was er ook een zaakje waar ze doorlopend (tout à l’heure) bedienden en daar hebben we allebei een croque monsieur met heel veel kaas gegeten waarna we de rest van de dag geen honger meer hadden. Op andere dagen hebben we ook vaak gewoon een sandwich (half stokbrood belegd met jambon, thon of poulet) bij een bakker gehaald.
Vanuit Saint-Pol-de-Léon hebben we wat langere dagtochtjes gemaakt. Zo zijn we naar de uiterste westkust van Bretagne geweest, de zogenaamde aberkust. Een aber lijkt op een fjord en is in feite een inham in het land die uiteindelijk vaak naar een haventje leidt. We hebben een stuk langs de kust gewandeld met prachtig uitzicht op zee. Dorst gekregen van de wandeling, zijn we naar een restaurantje bij het haventje gegaan en omdat we misschien ook wel iets kleins wilden eten, zijn we in het restaurant gaan zitten. Even vergeten dat het voor de Fransen lunchtijd was en dat ze het concept kleine kaart niet kennen. Dus nadat ons aperitiefje (het drinken) gebracht was en we na het inzien van de menukaart hadden geconstateerd dat er alleen dagmenu’s in stonden en geen kleine gerechten zoals een pannenkoek of broodje en de vrouw al klaarstond om onze bestelling op te nemen, heb ik haar heel voorzichtig in het Frans gevraagd of het ook mogelijk was dat we alleen wat dronken. Waarop zij lichtelijk verbaasd (of geïrriteerd?) antwoordde dat we dan niet in het restaurant hadden moeten gaan zitten. Blijkbaar hadden we een ongeschreven Franse regel geschonden: in een restaurant eet je een menu en bij de bar kun je wat drinken. Zo anders dan in Nederland. Maar ze nam de menukaarten en de al geopende fles water weer mee terug en we hebben, na ons glas leeggedronken te hebben, snel afgerekend.
Een ander uitstapje wat zeker de vermelding waard is, ging naar de Côte Granite Rose, oftewel de roze granietkust. We moesten er weer een poosje voor in de auto zitten, maar dat was het zeker waard. We hebben een hele mooie kustroute van heen en terug zo’n 6 kilometer gelopen tussen Perros-Guirec en Ploumanac’h over de Sentier des Doauniers, een pad dat ooit door Napoleon is aangelegd. Het pad voerde langs hele bijzondere rotsformaties. Enorme rotsblokken die door god mag het weten welke natuurkrachten tot de meest vreemde creaties zijn opgestapeld. En dat alles omgeven door het heldere blauw van de lucht, het blauwgroen van de zee en bloeiende gele en paarse heide maakte het tot een waar kleurenfestijn voor de amateurfotograaf. De camera heeft weer overuren gemaakt.
Ook de dag erna moest hij eraan geloven. We zijn vanuit Roscoff, een kustdorpje vanwaar er boten naar Engeland, Ierland en zelfs Spanje vertrekken, met een bootje naar een eilandje op een kwartiertje varen gegaan: Île de Batz. Inmiddels met hoed en pet op, want de zon brandde enorm en er zou weinig beschutting op het eiland zijn en we waren al erg verbrand. We hebben het eiland goed en uitgebreid bekeken, te voet. Op een gegeven moment hadden we, ondanks alle zonwerende accessoires, toch behoefte aan wat schaduw en daarom zijn we het bordje Jardins (tuinen) gaan volgen. Maar hoever we ook liepen, de tuinen kwamen niet dichterbij. Inmiddels hadden we het dorpje waar de boot aankwam allang achter ons gelaten en liepen we over een relatief verlaten landweggetje waar we behalve redelijk wat tractors verder nauwelijks toeristen tegenkwamen. Na een lange wandeling kwamen we uiteindelijk bij de tuinen en hebben we daar een poosje in de schaduw gezeten. Toen zijn we via een ander dorpje teruggelopen en stonden we tien minuten later alweer op de pier waar de boot aanmeerde! We hadden dus duidelijk weer de toeristische route (weliswaar zónder toeristen) genomen op de heenweg! Terug op het vaste land hebben we Roscoff bekeken en ’s avonds hebben we daar een lekkere dunne Frans pizza gegeten met een grote ijscoupe na. Het was immers vakantie.
Twee dagen later kwamen we weer in het Nederlandse terug en doken we meteen de historische hittegolf in. ’s Ochtends met 17 graden vertrokken en ’s avonds wisten we niet meer hoe we het hadden met 38 graden. Inmiddels zijn we al meer dan een week thuis, hebben we de extreme hitte overleefd en smacht ik naar een beetje regen om mijn eigen (mini)-bretonse bloemenpracht in de tuin in leven te houden.
Bretagne, of Breizh in het bretonse dialect: ik kan het iedereen van harte aanbevelen!
Wat een ontzettend leuk reisverslag Sanne. Ik kreeg al de indruk dat jullie een hele fijne vakantie hadden gehad en dat blijkt ook wel uit dit verhaal. Ik wil t.z.t. heel graag jullie foto’s zien🥰
Ik ben de foto’s aan het uitzoeken, het zijn er nogal wat…
Ja, dat is dan altijd weer een hele klus.
Weer leuk om te lezen, Sanne!
[…] het probleem?Wat het probleem is? Nou, dat kan ik je wel even vertellen. Het probleem is dat mijn mini-bretonse bloemenpracht, waarover ik in een eerdere blogpost schreef, niet volledig tot bloei komt! Mijn aanvankelijk zo […]