Haast je langzaam

Afgelopen week kwam het woordje haast ter sprake in mijn inburgeringsgroep. Nederlanders hebben vaak haast, wat vind je daarvan? Het bleek een nieuw woord te zijn, dat ik aan de hand van een vergelijking tussen mijn drukke altijd-te-weinig-tijd-hebbende-en-dus-alles-snel-doende ik en een hele relaxte moment-bewuste cursiste heb uitgelegd. Zelf loop ik bijvoorbeeld in tien minuten linea recta van het busstation naar de school, zonder oog voor mijn omgeving, terwijl zij over dezelfde route drie keer zo lang doet en een vlinder of vogeltje opmerkt of eens stilstaat bij de etalage van een winkel. Bij mij moet alles altijd snelsnel, terwijl zij heel mindful door het leven gaat.

Ik ben slecht met tijd. Alle goede voornemens om er anders mee om te gaan ten spijt. Het begint al met het opstaan ’s morgens vroeg. In tegenstelling tot mijn man die na het eerste geluid van zijn wekker meteen naast zijn bed staat, soms zelfs nog ervoor, heb ik tijd nodig om wakker te worden. Meestal druk ik nog drie keer op snooze voordat ik besluit op te staan, wat betekent dat ik mijn wekker minimaal vijftien minuten vóór het daadwerkelijke moment van opstaan moet zetten. Bij voorkeur zet ik hem nog wat eerder om vervolgens alsnog te laat op te staan. Vervolgens loop ik meteen achter de feiten aan en moet ik in minder dan een half uur douchen, aankleden, haar föhnen, huisdieren voeren, ontbijt en lunch uit de koelkast halen en in mijn tas stoppen (want thuis ontbijten zit er niet meer in en daar heb ik al op geanticipeerd), jas en schoenen aantrekken en weg. En dan heb ik al een bus later dan mijn oorspronkelijke plan en begin ik op het werk dus ook al met een achterstand, waardoor ook dáár alles meteen snel moet.

Ik weet dat de oplossing beter plannen is. Hoewel: een planning maken kan ik wel. Ik durf zelfs te stellen dat ik hier goed in ben, vooral als het om huis-tuin-en-keukenrituelen gaat, zoals hierboven beschreven of het opruimen en schoonmaken van de woonkamer als er bezoek komt. Ik ben zeer zeker in staat om hiervoor een realistische planning te maken, waarbij ik zelfs rekening houd met mijn werkdagen in combinatie met mijn energievoorraad. Zo weet ik dat ik na een volledige dag werken ’s avonds niet meer de vloer moet willen vegen, stofzuigen én dweilen. Dat trek ik dan niet meer en is dus niet realistisch.

Ook vroeger op school en op de universiteit plande ik me helemaal suf. Ik maakte geregeld een planningsschema dat enkele weken in beslag nam. Het schema gaf mij een overzicht van alle stapjes die ik moest nemen om de inhoud van een toets of tentamen voor 100% in mijn hoofd te krijgen. Ik wist precies welk stukje van de stof ik op welke dag moest leren. Op voorhand was zo’n schema een geweldige houvast, zeker in theorie.

De praktijk en daarmee bedoel ik de uitvoering van de planning gaat namelijk altijd wel ergens mis. Zo vergeet ik na drie keer snoozen bijvoorbeeld om op te staan en schrik ik een half uur later opeens wakker of begin ik simpelweg te laat aan een taak. Ook blijken bepaalde activiteiten vaak meer tijd te kosten dan ik aanvankelijk dacht. Ik merk dit regelmatig op het werk. Hoe vaak is er niet opeens tijd ‘weg’? Het gevolg: de zo zorgvuldig gemaakte planning loopt spaak, ik moet weer op de haastige toer, stress, overzicht kwijt, nog meer stress. En dan heb ik het nog niet eens over mijn humeur.

Ik zeg het vaker: mijn leven hangt aan elkaar van haast en (daarmee samenhangend) stress. Volgens mijn inburgeringscursisten is dat voor Nederlanders normaal. Niet gezond overigens, maar kennelijk is haast iets wat ze, nu al, met Nederland associëren. Zelf zijn ze meer van het spreekwoord ‘haastige spoed is zelden goed.’ Zo besteden zij rustig drie uur per dag aan het voorbereiden van het avondeten, terwijl ik binnen een uur klaar ben, inclusief eten en boodschappen doen.

Misschien kan ik op dit punt iets van hen leren.
Op weg naar mijn werk meer om me heen kijken en die mooie bloem of die verdwaalde vlinder wel zien. ’s Avonds meer aandacht besteden aan het koken, geen drie uur natuurlijk, maar gerichter bezig zijn met het kookproces zonder in m’n hoofd al bezig te zijn met wat ik ná het eten ga doen. M’n planningen meer los laten en meer in het hier en nu leven.

Being mindful is mijn doel. En die ene keer dat ik me dan toch meen te moeten haasten, doe ik dat langzaam.

Festina lente!

Een gedachte over “Haast je langzaam

Plaats een reactie